Testimonial Ankie Vosmeer
Even een paar woorden die in me opkomen bij het lezen van jouw verhalen: geheimzinnig,spannend,onvoorspelbaar, verrassend, sinister, eng, cynisch, komisch, indrukwekkend, meeslepend.… Lees verder...
Tot de verbeelding
Even een paar woorden die in me opkomen bij het lezen van jouw verhalen: geheimzinnig,spannend,onvoorspelbaar, verrassend, sinister, eng, cynisch, komisch, indrukwekkend, meeslepend.… Lees verder...
Jouw luisterfilm is iets heel anders dan een boek of een film. Het is een wonderlijke beleving. Welkom in mijn Ziel blijkt een genre binnen het fantasy/genre. Soms wat bevreemdend, maar mytisch en spannend, avontuurlijk en liefdevol. Ik stapte bijna letterlijk een nieuwe wereld binnen. Eerst luisterde ik verwonderd, nieuwsgierig naar elke klank, elk geluid, elke zin. Wat ik daardoor zag met mijn ogen dicht was het avontuur en de magie. Geleidelijk nam het verhaal me in zich op. Begon ik hongerig te worden naar die zielmeester. Ik wilde weten hoe het Gaisha zou vergaan en raakte een beetje verslingerd aan die naïeve Shafa Li en aan meester Muramasa. Je hebt mij iets nieuws laten proeven. En het smaakt naar meer. Gelukkig heb ik nog een heel boek 2 om te beleven.… Lees verder...
Overweldigend, opwindend, hartverscheurend mooi. Tot het eind toe spannend en verrassend.… Lees verder...
De muziek is sfeervol en past precies in het verhaal. De geluiden maken het tot een soort hoorspel. Het voorlezen en de intonatie sluiten daar mooi op aan.… Lees verder...
Wanneer ik een gewoon boek lees is er als het ware een innerlijke stem die de woorden voorleest. Een luisterfilm is Een totaal andere ervaring; De combinatie muziek en woord zuigt me in het verhaal. Hij leidt mij naar de wereld achter de woorden, door de schrijver opgeroepen ofwel door mijn fantasie bij de woorden geschapen.… Lees verder...
Hieronder vind je een fragment uit Zielespinsels, het derde en laatste boek uit de trilogie ‘Welkom in mijn ziel’:
… Lees verder...De inspiratiebron
Een fragment uit het boek Zielespinsels
Herinneringen.
Die waren het enige dat Takuri nog had in deze vreemde nieuwe tijd. Wat had de wereld zo drastisch veranderd? Hoe kwam hij hier, waar kwam hij vandaan?
Zelfs binnenin zijn ziel wist men het niet. Maar hij was deze wereld dankbaar. Alles was anders, maar er was volop leven om te verschalken.
Hij keek naar al dat leven, en hoorde de regen vallen.
De regen viel het eerst in nuchter Angelsaxië, waar iedereen het goed had en klaagde over het weer.
Zachtjes tikte hij tegen het raam. Een schrijver zat op zijn pen te kluiven. Zijn blik gleed van de blauwe lijnen in zijn schrift naar de berg propjes in en om de prullenbak. Hij zat hier al een uur. Kom op! Het was bijna Halloween, zijn specialiteit, en het was al een maand geleden dat ze hem vroegen.
Hij keek naar buiten. Overal grijstinten en een poging tot kleur. Geen wind, geen donder en bliksem. “Misschien toch maar wat series kijken voor een idee,” mompelde hij.
Nauwelijks waren hem die woorden ontsnapt of de deur ging krakend open. Een kille windvlaag deed zijn schrift wapperen. Dit leek er meer op. Hij begon ijverig mee te schrijven. De wind, de piepende deuren, een gebonk beneden. Voetstappen op de trap. Perfect!
Hij stopte.
Bij de deur stond een vreemdeling. Verbijsterd vergat hij dit te noteren. “Hallo?”
De man die onuitgenodigd zijn schrijfdomein betrad, was van onbestemde leeftijd, jong en oud tegelijk. Hij was rijk gekleed, had lang zwart haar en ogen in de kleur van een soort violet.
“Hoe kom je hier binnen?”
Hij glimlachte. “Vergeef me. Uw achterdeur stond open, en Ik zag u daar zo zitten kniezen alsof u wel wat hulp kon gebruiken.” Hij stak een smalle hand uit. “De mensen noemen mij Amatis, meester van de inspiratiebron.”
“Welke inspiratiebron?”
“Elke,” antwoordde de man. “Zal ik u hem laten zien?”
De schrijver aarzelde. Amatis, dat klonk verdacht als amateur.
Takuri spoorde hem zwijgend aan. Oh aarzel toch niet! Ga met hem mee, ga…
“Ik wil best wel even komen kijken, maar mijn moeder, ze weet niet…”
“Laat een briefje achter,” zei de bezoeker. “Voor u het weet bent u weer hier. De inspiratiebron is een zee van tijd.”
Schouderophalend schreef hij het briefje en volgde hem naar buiten. Met vreemde mannen meegaan was niets voor hem, maar een … Lees verder...
Inspiratie, ingeving, de intuïtie en de flow. Het heeft wel duizend namen en iedereen herkent het als het komt.
Hieronder wil ik vier momenten met je delen waarop mijn muziek of schrijfsels loopjes met me namen, het toeval iets heel grappigs deed en de inspiratie mij besprong.
1. De vonk
Er was eens een schrijver die niets wist te schrijven. De deadline sloop gevaarlijk grommend naderbij, en dus besloot de schrijver iets te schrijven over een schrijver die niets wist, en over de gevaarlijke zoektocht die daarop volgde…
Op het moment dat hij dit besloot te schrijven, begon het bloed te gloeien in zijn aderen. Hij steeg op, kwam tot leven, schreeuwde het van de daken, klom er weer af en schreef zijn verhaal.
Dit soort momenten zijn niet te vangen. Zij vangen jou. Aan de deadline ben je dan ontkomen, maar niet aan de inspiratie.
2. De knop
Een musicus haalde traag adem terwijl zijn handen werktuiglijk langs synthesizer en computer gingen. Hier iets harder, daar een fade-out. Hier misschien een spoortje minder, of toch een ander instrument. Hij was in een trance die al uren duurde, en besefte niet hoe lang hij hier gezeten had.
En toen ging er een knop om.
“Klaar.”
Zomaar uit het niets klonk de geluidloze stem. “Stop. Het is klaar. Niets meer aan doen.”
Verbaasd keek de man naar zijn scherm. Hij wist niet waar dit gevoel vandaan kwam, maar sinds die laatste kleine wijziging was het stuk opeens af.
3. De rem
“Zo, eens kijken hoe dit verhaal verder gaat. Ik denk dat er dit of dat gebeurt, en eigenlijk weet ik dat wel zeker. Ik heb immers braaf mijn opzetje gemaakt en weet precies wat de personages zullen gaan doen, en zo niet, dan heb ik toch tenminste een vage outline in mijn ho…
Hooo!
Wat doen jullie nou personages? Dit stond niet in het script! Kom terug jullie! Waar zit jullie rem?
Pff, oké. Dan ga ik wel verder zonder jullie.
Ah nee! Nee jongen dit meen je niet. Dit ga je je lezers niet aandoen toch?
Te laat. Al gebeurd.
Zucht. Nou, voor deze keer laat ik het staan. Maar de volgende keer ga ik niet achter mijn eigen verhaal aanhollen hoor!
4. De goede fout
“Dat wordt mooie muziek, dit hoofdstuk wordt echt gaaf. Hoeveel sporen heeft deze scene eigenlijk?
Dertig?
Man dat is veel! Hoe weet ik … Lees verder...
Andere goden moeten vaak lachen als ze me weer eens in het gras zien liggen kijken naar de wereld. Dan zeggen ze dingen als: “Ah, to be young!” Of: “Ik wou dat ik zoveel tijd had om te relaxen.”
Blijkbaar vinden ze het saai. Toegegeven, bepaalde diersorten vallen in herhaling. De mens bijvoorbeeld. Bouwen, breken. Bouwen, breken. Wat vinden ze daar nou aan?
Toch vind ik het leuk om te kijken. Wie zal er vandaag de hoogste toren bouwen? Wie zal er vandaag beginnen over welke god de beste is? Ik hoop nog steeds dat ze mij een keertje kiezen. Of ons allemaal.
Gefascineerd staar ik naar het uitvinden, het doodgaan en het feestvieren. Dan valt mijn oog op een mens die steeds op dezelfde plek blijft. Ik zoom in, steeds verder in, en zie hem aan een tafeltje zitten. Op de tafel ligt een papier en op dat papier tekent hij de wereld. Op die wereld wordt uitgevonden, gedood en feest gevierd. Het is een aardige schets van de werkelijkheid. Ik blijf een tijdje kijken en zoom dan weer uit. Het wordt algauw saai. Gauw check ik de laatste oorlog om geen aflevering te missen.
Na een tijd kijk ik opnieuw naar het persoontje aan de tafel. Hij zit er nog steeds. Waarom? Hij wint er niets mee; geen voedsel, geen macht. Ik wil weten waarom hij het doet.
zijn schets is echt gedetailleerd. Bijna de hele wereld staat erop. Zelfs zijn eigen poppetje, inclusief de tekening waar hij aan werkt. Ik zoom nog wat verder in, en ontdek ook op de getekende tekening de wereld. Met kunstenaar. Met tafeltje.
Ik zoom in op de getekende tekening, maar zodra ik ook daar een kunstenaartje zie knijp ik mijn ogen dicht. In één klap zit ik weer buiten.
Ik wrijf het zonlicht weg. Die zon stond ook op de tekening. En op de tekening van de tekening van de tekening, en wie weet ook op de tekening daarvan. Waarom doet hij dat? Stom mens. Hij maakt me helemaal in de war.
Zuchtend sta ik op en ga iets anders doen, terwijl ergens achterin mijn hoofd het idee knaagt dat dit ook maar is getekend. Dat ergens een jonge god op me neerziet, en zich afvraagt waarom ik toch steeds in het gras lig en kijk.… Lees verder...
Op een dag, een goeie dag, loop ik fluitend over de sportlaan. Ja, vandaag is goed. Vlindertjes, vogeltjes, zonnetjes, wolkjes en een hond die ligt te zonnen in iemands voortuin. Op deze dag ga ik eindelijk profiteren van mijn baantje als postbezorger. Ik verlaat mijn vaste route en loop naar het huis van mijn schatje, mijn duifje, mijn engeltje, mijn… enfin, mijn potentiële levenspartner.
Ik heb hier een brief, een rasechte liefdesbrief. Weg computer, weg standaardgedichtjes van internet. Ik heb een vel papier gepakt. En niet zomaar één; een mooi, wit, met hartjes omlijnd vel papier. Ik heb er met een echte Parkerpen op geschreven, die ik in een vergeten la terugvond. Ik heb helaas wel een vlekje gemaakt, maar met een beetje fantasie was dat een traan van geluk. Ja toch? Ik bedoel de tranen staan me nabij als ik denk aan haar, mijn vosje, mijn honneponnetje, mijn godinnetje, mijn… enfin, mijn aanstaande bruid.
Ik heb er, na het schrijven, wat aftershave op gedruppeld. Weet ze meteen hoe lekker ik ruik. En toen heb ik er wat gedroogde bloemetjes bij gedaan, en toen heb ik het in een kaart gestopt met zo’n muziekje erin. Geen Happy Birthday of Jingle Bells, maar My love, oh my love, oh my dearest dearest love, van een zoetsappige jammerband waarvan ik de naam vergeten ben. Die kaart heeft ook nog lichtgevende sterretjes. Als ze nu niet voor me valt, mijn popje, mijn liefje, mijn regenboogje, mijn prinsesje, mijn… enfin, mijn toekomstige huisvrouw, dan mag ik door een hond worden gebeten bij het bezorgen van de brief.
Op dat moment gloeien de oogjes van de hond rood op. Hij komt overeind, de tong uit de bek. Hij knarst en piept terwijl hij zich uitrekt en geeuwt. Dan ziet hij mij en er begint iets in zijn hoofd te bliepen. De oortjes draaien zoemend rond. Dan stormt hij op me af. Ik probeer weg te rennen maar hij heeft mijn broekspijp vast. Ik ontmoet de harde, kille straatstenen. Oh de vernedering, de pijn! Hij heeft de brief gevonden en begint hem roestig piepend en mechanisch grommend te verscheuren. Auw, m’n hart! M’n arme, arme hart!
Ik kijk naar de hond en hij kijkt terug. Zijn rode ogen flikkeren als fietsdynamo’s. Dan begint er een stem te spreken.
“Gegroet Romeo, Casanova, Don Juan of Don Quichot. Ik ben Cupideath3,11 van de organisatie Anti-Valentijn. Dit is uw … Lees verder...