De inspiratiebron

De inspiratiebron

Een fragment uit het boek Zielespinsels

Herinneringen.
Die waren het enige dat Takuri nog had in deze vreemde nieuwe tijd. Wat had de wereld zo drastisch veranderd? Hoe kwam hij hier, waar kwam hij vandaan?
Zelfs binnenin zijn ziel wist men het niet. Maar hij was deze wereld dankbaar. Alles was anders, maar er was volop leven om te verschalken.
Hij keek naar al dat leven, en hoorde de regen vallen.

De regen viel het eerst in nuchter Angelsaxië, waar iedereen het goed had en klaagde over het weer.
Zachtjes tikte hij tegen het raam. Een schrijver zat op zijn pen te kluiven. Zijn blik gleed van de blauwe lijnen in zijn schrift naar de berg propjes in en om de prullenbak. Hij zat hier al een uur. Kom op! Het was bijna Halloween, zijn specialiteit, en het was al een maand geleden dat ze hem vroegen.
Hij keek naar buiten. Overal grijstinten en een poging tot kleur. Geen wind, geen donder en bliksem. “Misschien toch maar wat series kijken voor een idee,” mompelde hij.
Nauwelijks waren hem die woorden ontsnapt of de deur ging krakend open. Een kille windvlaag deed zijn schrift wapperen. Dit leek er meer op. Hij begon ijverig mee te schrijven. De wind, de piepende deuren, een gebonk beneden. Voetstappen op de trap. Perfect!
Hij stopte.
Bij de deur stond een vreemdeling. Verbijsterd vergat hij dit te noteren. “Hallo?”
De man die onuitgenodigd zijn schrijfdomein betrad, was van onbestemde leeftijd, jong en oud tegelijk. Hij was rijk gekleed, had lang zwart haar en ogen in de kleur van een soort violet.
“Hoe kom je hier binnen?”
Hij glimlachte. “Vergeef me. Uw achterdeur stond open, en Ik zag u daar zo zitten kniezen alsof u wel wat hulp kon gebruiken.” Hij stak een smalle hand uit. “De mensen noemen mij Amatis, meester van de inspiratiebron.”
“Welke inspiratiebron?”
“Elke,” antwoordde de man. “Zal ik u hem laten zien?”
De schrijver aarzelde. Amatis, dat klonk verdacht als amateur.

Takuri spoorde hem zwijgend aan. Oh aarzel toch niet! Ga met hem mee, ga…

“Ik wil best wel even komen kijken, maar mijn moeder, ze weet niet…”
“Laat een briefje achter,” zei de bezoeker. “Voor u het weet bent u weer hier. De inspiratiebron is een zee van tijd.”
Schouderophalend schreef hij het briefje en volgde hem naar buiten. Met vreemde mannen meegaan was niets voor hem, maar een klein zakmes drukte sussend tegen zijn heup.

Ze liepen de straat uit, de stad uit, langs de snelweg. Ze zwegen. De schrijver voelde zich alsof hij van zijn huis werd losgescheurd. Hij keek meermalen achterom.
“Waar gaan we heen?” vroeg hij aan de man die hem voorging.
“Naar een unieke plek, waarvan slechts enkelen bestaan hier op aarde,” antwoordde Amatis. “U hebt vast weleens gehoord van de Zielmeester.”
“Soort van. Ik weet dat hij mensen laat verdwijnen.”
“Hij neemt hen tot zich,” verbeterde Amatis. “Zo komen ze in zijn ziel terecht. Wij zien een doodgewone man, maar vanbinnen is hij een hele wereld.”
Hij knikte. De stomme TV-programma’s met hun special effects logen er niet om; mensen werden gillend en smekend door zijn borstkas gesleurd of verdwenen in zijn mond. Smakeloos.
”Hij is echter niet alleen daar waar zijn lichaam is,” vervolgde de man. “Op enkele plaatsen loop je ongemerkt zijn ziel binnen. Waar en wanneer weet je pas als het te laat is en je niet meer terug kunt.”
“En jij wilt naar zo’n plek?”
“Inderdaad.”
De schrijver knikte. Hij vond het allemaal onzin, al was het idee op zich best bruikbaar.
Het bos dat zij betraden was zo donker dat het dag noch nacht leek, en eer ze het verlieten was de omgeving bepaald niet Angelsaxisch meer. Voor hen verhief zich een rode rotswand, hier en daar begroeid met mossen. Er ging een zekere warmte vanuit. Alsof er iemand voor hem stond. Hij moest zich bedwingen niet terug te deinzen. Dat knagende gevoel was wel inspirerend genoeg zo.
Amatis liep naar de rots en legde zijn hand ertegen. Een steen kwam los uit het gebergte en schoof opzij alsof het piepschuim was. De doorgang erachter was verrassend zwart.
“Wilt u mij volgen?”
“Eigenlijk niet,” dacht de jonge schrijver terwijl hij gehoorzaamde. Zijn ogen protesteerden tegen het zwarte gordijn. De vochtige atmosfeer werd hoe langer hoe zwaarder. Er ritselde niets. Hij voelde zijn bloed suisen en zijn hart bonzen.
Amatis’ stem deed hem opschrikken.
“Ziehier, de inspiratiebron.”

De zeshoekige zaal werd meer verlicht door de stomende bron zelf, dan door de fakkels aan de muren. Hij voelde de klamme warmte en rook de geur die, in tegenstelling tot die van andere warme bronnen, heel zoet was.
Er klonken stemmen in de verte en even later stapten drie mannen de zaal binnen, geanimeerd pratend in een taal die hij niet herkende.
“Mensen van over de hele wereld bezoeken deze bron op zoek naar inspiratie,” vertelde Amatis. De drie mannen stapten zonder aarzelen het water in en gingen kopje onder. Langzaam werd het stil. Het oppervlak kwam tot rust.
“Waar blijven ze?”
“Ik laat het u zien, mijn beste schrijver. Volg me en doe precies wat ik doe.” Hij liep naar de rand en stapte in de bron, goed gekleed en wel. Verbijsterd volgde de auteur zijn voorbeeld, na te hebben gecontroleerd of zijn zakmes nog present was. De temperatuur was precies goed. Eerst wat aan de warme kant, maar toen zo rustgevend als een ligbad. Hij ontspande zich.
Plotseling zoog een sterke stroming hem omlaag. Hij hapte naar adem maar was te laat en kreeg zijn longen vol water. Hij hoestte, bedwong zich en hield zijn adem in. Nu al begon zijn hoofd te bonzen. Nu al tintelde zijn lijf. Hij sperde zijn ogen open en zag Amatis in een gouden gloed, zijn haren zacht wuivend onder water. Amatis keek hem recht aan en grijnsde.
De afdaling was een verschrikking. Om de zoveel seconden begon hij te stuipen en te trekken, telkens verslapte hij weer, waarna alles opnieuw begon. Juist toen hij wenste dat hij dood was, voelde hij zichzelf zwakjes ademen. Alsof hij nu door dichte nevel ging in plaats van water. Amatis zag er onmenselijk uit in het vurige licht.
Ze zweefden omlaag, alsof ze nog steeds zonken, en toen raakten zijn voeten grond. Dadelijk zakte hij door zijn knikkende knieën. Hij hijgde. Het zware gevoel was sterker dan ooit. Als hij science fiction schreef, zou hij dit omschrijven als “een extra g-tje zwaartekracht”.
Ze bevonden zich in een hal waar vele tunnels op uitkwamen. Mensen liepen in en uit. Achter stenen deuren klonk geschreeuw en waanzinnig gelach, houweelslagen en muziek. De drie mannen gingen een gang binnen en werden opgeslokt door duisternis.
“Je bevindt je nu in de Inspiratiebron. Hier vind je alles wat je nodig hebt voor een goed Halloweenverhaal. Volg me.”
Het viel hem op dat Amatis was gaan tutoyeren, maar om eerlijk te zijn had hij wel wat anders aan zijn hoofd.

Takuri bleef staan. De zoete smaak van leven was op zijn tong. Vier bekenden, één nieuweling. Hij deed even zijn ogen dicht en huiverde. Hoe moest dat met de hele wereld, als deze ene kunstenaar zo heerlijk was?

In korte tijd zag de schrijver meer dan hij ooit had geschreven, gelezen of zelfs maar gedroomd: Een grauwe broeierige hemel, als een dak op instorten. Tempels gebouwd rond donkere poelen. Een hangbrug door een spelonk vol vuur. Een demonische kop die hem aanstaarde als de kaft van een slecht horrorboek.
`Een mooie attractie,` dacht hij verdwaasd. “De techniek gaat hard.”
Amatis keek niet eens om zich heen. Hij liep voor hem uit alsof hij dit elke dag deed. Tenslotte bleef hij voor een dichte deur staan, legde zijn hand erop, mompelde iets en stapte opzij. De deur ging open.
Dit leek weer een beetje op de werkelijkheid: zachte banken, tafels en stoelen, kasten vol schrijfgerei en in het midden een open ruimte. Amatis stapte die ruimte op en draaide zich om.
“Luister goed. Jouw belangrijkste eigenschappen zijn deze:
Inlevingsvermogen, in situaties en gevoelens die niet van jou zijn,
en natuurlijk de schrijfkunst: het vermogen de lezers daarin mee te slepen.
Aan die twee eigenschappen gaan wij werken. Je schrijft voor Halloween?”
“Ja. De jongens vroegen om iets lekker bloederigs.”
“Zoals wat?”
“Nou eh, veel detail. Alsof ze de pijn van het slachtoffer kunnen voelen.”
Amatis’ ogen fonkelden. “Dan moet uiteraard eerst de schrijver het voelen.”
Een lichtflits, een mes, in Amatis’ hand. Instinctief greep de jonge schrijver naar zijn eigen mes maar de lucht zelf hield zijn hand stil. Een zacht gegrom weergalmde om hem heen. Geschrokken keek hij rond.
“Inlevingsvermogen, jij schrijver! Je grootste kracht! Voel je verhaal!”
Het mes schoot naar voren. Zijn adem stokte. Kilte, onmiddellijk gevolgd door verlammende pijn. Al zijn spieren verkrampten. Zijn ogen draaiden weg. Het mes vlak onder zijn navel hield hem overeind.
“Mag dit in je verhaal?” Amatis greep het heft steviger vast en langzaam, tergend langzaam schoof het mes in hem naar boven, alles op zijn pad verwoestend. De pijn werd verstikking. Lichaamssappen drongen door waar zij niet hoorden. Zijn ene long weigerde dienst. Amatis draaide het mes een kwartslag en bracht het puntje bij zijn rug naar buiten, iets wat hij niet langer voelde. Hij verloor zijn mens, toen zijn dier, toen zijn bestaan. Hij was pijn.
Het volgende moment klemde zijn hand zich om een zachte keel terwijl de andere zijn zakmes trok. Hij hoorde schreeuwen, herkende toen zijn eigen stem en langzaam werden het woorden.
“Wat wou je nou doen hè? Bedrieger! Huichelaar!”
Zijn gastheer prevelde zacht, “Goed zo, vermoord me maar. Dat mag natuurlijk allemaal in je verhaal.”
Het mes viel op de grond. Hij hijgde. Geen bloed, geen pijn.
“Wat was dat?”
Zijn gids kwam overeind. “Inlevingsvermogen. Je moet goed weten hoe iets is om het door te kunnen geven aan je lezers. Maar wacht, er is meer dat je moet weten.”
Hij sloot zijn ogen opnieuw, zette zijn handen tegen elkaar en mompelde als in gebed. Er klonk een luide ‘whoosh!’ en de schrijver stond in een ring van vuur.
Het was geen hitte meer. Het was pijn waarvoor geen uitroep bestond. Als hij niet schreeuwde, kuchte of kreunde hij. Het mes was niets. Dit waren er miljoenen. Hij moest dood. Nu.
Toen het vuur verdween en hij voorover viel, was hij niet gewond. Hij was in shock.
Amatis trok hem aan zijn haren overeind. “Het leven van een auteur is zwaar jongen.” Zijn grijns werd een bloeddorstige grauw. “Je wilt inspiratie? Alsjeblieft! En ik heb nog veel meer voor je!”

Hij schrok op. Verward keek hij rond maar zag niets. Echt niets. Zwart boven hem, zwart onder hem. Doodse stilte, geen grond en geen muren. Niets.
“Hallo? Hallo? Hallo? Hallo?” zijn echo’s werden oorverdovend, stopten toen abrupt. Hij wachtte.
Niets.
Langzaam kroop de wanhoop in hem omhoog, beginnend bij wat zijn voeten moesten zijn. Zodra het zijn borstkas bereikte, begaf zijn verstand het en sloeg hij verwilderd om zich heen. De galm van zijn kreten beet in zijn trommelvliezen. Zijn oren piepten. Zijn wangen waren kletsnat. Wie was hij? En wie was het die zijn tranen droogde? Hij zat overal, levend, aanwezig, hem neervleiend…
Toen was Amatis daar, alsof er geen tijd verstreken was.
“Zo. Zijn die drie dingen voldoende om er een leuk verhaal van te maken?”

Eén ogenblik stond de schrijver doodstil.
Toen begon het. Elk deel van zijn lijf gloeide en bruiste. Zijn kruintje en vingertoppen tintelden, zijn hart sloeg fel en krachtig. Een vreemde energie doorstroomde zijn aderen. Hij raakte bedwelmd.
“Ik leef,” schoot het door hem heen. “Ik heb het!”
Hij greep Amatis bij de schouders en staarde hem aan, zijn ogen wijdopen, zwaar ademend van ditmaal extase. “Geef me de pen, vlug!”
De man glimlachte en bracht hem naar zijn schrijftafel. Een bloknoot en een rode, roestig ruikende inkt wachtten hem op. Met handen die trilden van ongeduld vulde hij zijn pen ermee. Vliegensvlug bewoog zijn hand over het papier en de schrijver verdronk in zijn eigen verhaal.

Elk familielid huiverde op het feest van Halloween. Hun afschuw was groter dan ze prettig vonden op zo’n feestje. Kleine kinderen huilden. Verscheidene mensen lieten hun hapjes staan, en de auteur zelf zag er afgepeigerd uit.
Maar toen hij twee weken later aan zijn nieuwe opdracht begon, knauwde hij opnieuw op zijn pen. Hij dacht aan Amatis. Hij dacht in feite aan niets anders.
“Ik moet ernaar terug.”
Inwendig huiverde hij, zijn afschuw even groot als zijn verlangen, en hij herinnerde zich vaag hoe hij naar buiten stapte, het zonlicht in. Intens opgelucht, alsof hij uit de maag van een monster was gered.
Waar zou die bron ergens zitten? Niet in Angelsaxië, dat wist hij zeker. Het leek zo vlakbij. Amatis had iets gezegd over de wereld en de Zielmeester…
Een verkwikkend briesje opende de deur. De vreemdeling stond daar.
Hij sprong op. “Jij! Hoe kom je hier?”
“Meneer, uw moeder is de heg aan het snoeien en heeft de voordeur laten openstaan…”
“Die smoesjes geloof ik niet!” Hij ging weer zitten. “Wat kom je doen?”
“Ik kom je teleurstellen.” Amatis boog lichtjes. “Je verlangt naar meer inspiratie, en die kan ik je niet langer geven.”
“Wat? Waarom niet?”
“De bron wordt slechts eenmaal geopend voor talenten zoals jij. Je zult het voortaan zonder moeten doen.”
Het laatste restje kleur verdween uit zijn gezicht en visie. “Nee,” zei hij schor. “Er moet een manier zijn, dat moet!”
“Misschien.” Amatis keek bedachtzaam. “Er is één mogelijkheid, maar dan moet je er wel wat voor doen.”
“Wat?”
“Als je hem ditmaal betreedt, kom je er niet meer uit. Je zult de bron voeden. Hem erkennen als je meester.”
Hij fronste. “Een leermeester?”
“De Zielmeester,” zei Amatis scherp. “De inspiratiebron heeft je geproefd. Nu wil hij je terug.”
“Ik doe het!”
“Ik doe het, ik doe het,” galmden zijn woorden, zoals in die levende duisternis. Amatis stapte op hem af. Koele lippen tegen zijn gloeiende voorhoofd. Hij nam hem bij de hand.
“Goeie keus, schrijver. U bent een zeer verstandig man..”

Flow

Inspiratie, ingeving, de intuïtie en de flow. Het heeft wel duizend namen en iedereen herkent het als het komt.
Hieronder wil ik vier momenten met je delen waarop mijn muziek of schrijfsels loopjes met me namen, het toeval iets heel grappigs deed en de inspiratie mij besprong.

1. De vonk
Er was eens een schrijver die niets wist te schrijven. De deadline sloop gevaarlijk grommend naderbij, en dus besloot de schrijver iets te schrijven over een schrijver die niets wist, en over de gevaarlijke zoektocht die daarop volgde…
Op het moment dat hij dit besloot te schrijven, begon het bloed te gloeien in zijn aderen. Hij steeg op, kwam tot leven, schreeuwde het van de daken, klom er weer af en schreef zijn verhaal.
Dit soort momenten zijn niet te vangen. Zij vangen jou. Aan de deadline ben je dan ontkomen, maar niet aan de inspiratie.

2. De knop
Een musicus haalde traag adem terwijl zijn handen werktuiglijk langs synthesizer en computer gingen. Hier iets harder, daar een fade-out. Hier misschien een spoortje minder, of toch een ander instrument. Hij was in een trance die al uren duurde, en besefte niet hoe lang hij hier gezeten had.
En toen ging er een knop om.
“Klaar.”
Zomaar uit het niets klonk de geluidloze stem. “Stop. Het is klaar. Niets meer aan doen.”
Verbaasd keek de man naar zijn scherm. Hij wist neit waar dit gevoel vandaan kwam, maar sinds die laatste kleine wijziging was het stuk opeens af.

3. De rem
“Zo, eens kijken hoe dit verhaal verder gaat. Ik denk dat er dit of dat gebeurt, en eigenlijk weet ik dat wel zeker. Ik heb immers braaf mijn opzetje gemaakt en weet precies wat de personages zullen gaan doen, en zo niet, dan heb ik toch tenminste een vage outline in mijn ho…
Hooo!
Wat doen jullie nou personages? Dit stond niet in het script! Kom terug jullie! Waar zit jullie rem?
Pff, oké. Dan ga ik wel verder zonder jullie.
Ah nee! Nee jongen dit meen je niet. Dit ga je je lezers niet aandoen toch?
Te laat. Al gebeurd.
Zucht. Nou, voor deze keer laat ik het staan. Maar de volgende keer ga ik niet achter mijn eigen verhaal aanhollen hoor!

4. De goede fout
“Dat wordt mooie muziek, dit hoofdstuk wordt echt gaaf. Hoeveel sporen heeft deze scene eigenlijk?
Dertig?
Man dat is veel! Hoe weet ik nu waar welk instrument zit? Oeps, en dan druk ik ook nog eens de delete-knop in. Nou is de helft van de sporen naar links verplaatst.
Hey, dat klinkt eigenlijk best leuk!
Eigenlijk klinkt dit nog veel mooier dan eerst!
Jaaaaaa! Ik heb per ongeluk iets moois gemaakt! Dank je, deletetoets!!

Kun je in je droom nog zien? Meer dan je denkt

Regelmatig krijg ik de vraag: “Kun je in je dromen zien?”
Uiteraard verschilt dit van mens tot mens – iemand die altijd blind was droomt misschien anders dan ik, die tot mijn negentiende juist erg visueel was ingesteld. Sterker nog: Synesthetisch. Alles had kleur, zo ook letters, cijfers, geluid en muziek. Toen ik nog kon zien maakte ik gemakkelijk het onderscheid tussen de kleuren in mijn hoofd en de wereld. Ook in dromen hielden de beelden zich netjes aan de regels.
Dat is nu anders.
Sinds ik blind ben loopt alles door elkaar en heeft elk geluid, begrip, persoon en voorwerp overwegend de kleur uit mijn hoofd.

In mijn droom vannacht maakte ik de achtergrondmuziek bij het laatste hoofdstuk van Welkom in mijn ziel. Ik stond voor een donkergrijs schoolbord, de stilte, en tekende met gekleurde krijtjes, de instrumenten. Het werd best mooi, tot ik een vreemd kringeltje rook tekende dat een beetje klonk als een typisch jaren 70-deuntje.
“Hoe vind je dit?” vroeg ik één van de toeschouwers.
“Ik zou het niet doen,” zei hij. “Het contrasteert nogal met de rest van je muziek, die juist erg klassiek en filmisch klinkt.”
Ik keek en luisterde er nog eens naar, en kwam tot de conclusie dat hij gelijk had. Ik veegde het uit (control Z) en het bord was weer donkergrijs (stil).
Toen pakte ik een ander krijtje en tekende een vlammend vuur; volle, orchestrale achtergrondmuziek. Hoe harder en langer ik arceerde, des te voller werden de klanken, variërend van donkerrood tot heel lichtgeel. Ik stond zelf te kijken van mijn meesterwerk.

Dit is slechts één van de momenten waarop verbeelding en werkelijkheid door elkaar lopen, zoals ze in dromen vrijuit doen. Ik ben bijvoorbeeld ook weleens een kamer binnengestapt waar de muziek flakkerende, gouden lichten wierp op de muur, en mensen hebben tegenwoordig steevast de kleur trui aan van hun naam of stemgeluid.

Of we kunnen zien in dromen? Vraag het tien blinden en je krijgt tien antwoorden. Dit is het mijne.

Mijn apparatuur is chagrijnig

Laatst was ik muziek aan het maken bij mijn huidige luisterfilm, toen ik dit gesprek voerde met het programma Audacity en mijn PCM-recorder, die momenteel fungeert als tweede geluidskaart. Dit vindt hij blijkbaar geen leuk baantje, want hij besluit er soms zomaar mee op te houden. Dan verbreekt hij boos de USB-verbinding en loopt weg.

Audacity: Baas, luidsprekers speaker control is ervandoor.
Ik: maakt niet uit. We sluiten hem gewoon weer aan en gaan verder.
Audacity: Oké. … Um… Ik zie hem niet hoor. Ik zie alleen luidspreker 4 ediroll UA 95..
Ik: dat is mijn andere geluidskaart. Die ene is eigenlijk een recorder. Ga maar even opslaan, dan praat ik wel even met luidsprekers speaker control.
Audacity: Oké. *gaat opslaan*
Ik: hé, recorder, waar ga je nou heen?
Recorder; Ik kap ermee.
Ik: Waarom?
Recorder: Ik ben geen geluidskaart. Ik ben een recorder!
Ik: De functie om een geluidskaart te worden zit er wel op, dus je doet het maar gewoon.
Recorder: je hebt al een externe geluidskaart, gebruik die lekker!
Ik: Zucht. Ik heb je drie jaar geleden al uitgelegd dat ik twee geluidskaarten nodig heb, één om die ontoegankelijke virtuele instrumenten op te nemen, en één om af te luisteren wat ik niet opgenomen wil hebben, plus nog een mixer om iedereen te kunnen monitoren. Ik weet het, het is een ingewikkeld verhaal, maar als je nu gewoon doet wat ik zeg…
Recorder: En dat doe ik dus niet. Zoek het uit. Hier heb je je USB-poort terug.
Ik: Ik ga niet weer mijn hele project tussentijds opslaan omdat jij een off-day hebt. *plugt recorder weer in*
Audacity: Ik zie hem nog steeds niet.
Recorder: Ik ben er toch echt, doe je ogen open man!
Audacity: je moet me opnieuw opstarten baas.
Ik: Alweer??
Recorder: ha ha, domme Audacity!
Audacity: Watch it hardware!
Recorder: Softy!
Ik: Jongens!!!
Iedereen: *valt stil*
Ik: ja? Heb ik jullie aandacht?
iedereen: *is nog steeds stil*
Ik: Mooi. Ik ga nu alles opnieuw opstarten, aansluiten, openen en opzoeken waar ik gebleven ben, en daarna ga ik een hapje eten. En als ik terug ben, doet iedereen normaal. Begrepen??

Luisterfilmmuziek op Bandcamp

Sinds kort staat het album “Soundtrack Tegenstanders” ook op Bandcamp, waar je gratis naar

alle tracks kunt luisteren. Wat ik zelf erg leuk vind aan Bandcamp is dat de klant zelf bepaalt wat hij ervoor wil geven. Het minimum is gelijk aan de prijs op www.rebexluisterfilms.nl, en als

je het leuk vindt kun je er zelf iets bij doen. Binnenkort wil ik gaan expirimenteren met laag geprijsde producten om te zien wat jij ervoor geeft.
Nog een voordeel van Bandcamp is dat je kunt betalen via Paypal. Maar wie weet, misschien kan dat binnenkort ook hier!
Wil je gratis naar alle tracks luisteren, en volgende maand naar nog veel meer muziek uit

luisterfilms? Surf naar rebexluisterfilms.bandcamp.com en laat je meevoeren door de muziek.

Mijn recept voor luisterfilms

Mijn recept voor luisterfilms

Een kok of goochelaar zou dit nooit doen, maar ik ga hier mijn
geheime recept achterlaten voor een Rebex Luisterfilm. Hieronder lees je hoe deze tot stand komt en welk proces hij moet doorlopen. Na elke fase kun je zelf proeven hoe hij intussen klinkt. Veel lees- en luisterplezier!

Stap 1. Het schrijven

Alles begint met het schrijven van een boek of een verhaal. Schrijven doe ik nu vijftien jaar met
veel plezier en ik heb tientallen boeken, verhalen en novelles klaarstaan om luisterfilm te worden. Dit vergt natuurlijk tijd, dus alleen de beste gaan door naar fase 2. En intussen blijf ik schrijven, omdat ik het neit laten kan.

Stap 2. Het inspreken

Als de tekst is goedgekeurd, lees ik hem voor in wav-formaat. Hierbij gebruik ik de spraaksynthesizer van de computer. Dit voelt echt als voorlezen zoals ik deed toen ik nog kon zien. . Ik sluit me op in mijn studio met een microfoon, een geluidskaart en een toetsenbord (de computer moet buiten blijven) en vervolgens ga ik los. Het idee dat niemand me kan horen maakt dat ik me extra goed kan concentreren en inleven in de personages. Ik kleur ze in zonder terug te vallen op gekke stemmetjes. Natuurlijk is het een zoektocht naar de juiste klemtoon, tempo en lading, dus een ruw bestand duurt doorgaans vier keer langer dan het hoofdstuk!

Stap 3. Ontfouten

Wanneer een hoofdstuk is ingelezen, moet hij flink worden opgepoetst. Ik knip alle foutjes, stiltes en klikjes eruit, bepaal welke zinnen het mooist gelukt zijn en voeg waar nodig alvast echo en galm toe. Dit ‘ontfouten’ is een behoorlijk priegelwerk, maar het resultaat is een heus luisterboek.

Stap 4. Het script

Maar ik wil geen luisterboek. Ik wil een luisterfilm, met geluid en muziek. En dus begin ik aan het script. Tussen de regels van de tekst maak ik aantekeningen waar geluid of muziek moet gaan klinken, hoelang en hoe hard, met welke effecten of instrumenten, waar het begint en waar het eindigt, en bovenal: Welke sfeer het moet uitdrukken.

Stap 5. Het ontwerpen van geluidseffecten

Aan de hand van het script begin ik te bewerken. Hierbij gebruik ik zowel eigen geluiden als rechtenvrije collecties. Ik schilder achtergronden, zoals vogels, de wind en ruisend verkeer, handelingen zoals lopen, vechten en in het water vallen, en abstracte of onhoorbare geluiden zoals lichtflitsen, een droomstaat of het geluid van pijn. Bij het implementeren van geluidseffecten houd ik rekening met volume, lengte, timing en de plaats in het stereoveld. Het voelt voor mij alsof de donkergrijze stilte opeens gevuld wordt met kleuren en landschappen.

Stap 6. De muziek

Zoals geluid een wereld schetst, zo voegt muziek emoties toe. Samen brengen ze het verhaal tot leven. Spoor 1 bestaat nu uit het bestand met de stem en de geluidseffecten, en spoor 2 t/m tig vormen de muziek. Het script helpt mij bij het bepalen van lengte, volume, klankkleur en sfeer. Ook heb ik van tevoren als geheugensteuntje een map gemaakt met alle leidmotieven,. Ik hoef het alleen nog maar te arrangeren en in te spelen. Eitje toch?
Niet dus.
Bij elk foutje nog eens proberen, de muziek over een andere boeg gooien, zoeken naar dat ene instrument, nog een beetje van dit, nog een riedeltje hier of daar. Wordt het nog niet saai? Welke toonsoort past hierbij? Is dit niet te hard? Wat wil ik hiermee uitbeelden? Oh jee, sla ik weer mis… Nou, nog maar eens een keertje.
Na elke scene sla ik de muziek apart op om hem later in te mixen. En voile: Mijn luisterfilm heeft muziek!

Stap 7. Mixen en masteren

We zijn er bijna! Nog even de ruis weghalen, de muziek er in mixen, wat stiltes verwijderen, een titelblad en aftiteling…
Wat? Weer een maand verder? Nee toch!
Nu ja. Hij is tenminste af, mijn nieuwe luisterfilm!

En na dit uitgebreid gevierd te hebben wacht ik de eerste feedback af, schrijf een flaptekst, kies een preview en stuur hem naar de grote luisterboekwinkels.
Zo, en terwijl jullie lekker gaan lezen, leun ik een tijdje achterover. Het schrijven van de volgende komt straks wel.

Luisterfilmmuziek

In de filmindustrie wordt muziek vaak gebruikt om je onderbewuste te bespelen: Je hoort de muziek niet altijd, maar je voelt hem. Je kunt het echter ook omdraaien. Haal de film weg, en je houdt een los muziekstuk over dat een verhaal vertelt.
In het fragment hieronder hoor je een scene uit een te verschijnen luisterfilm, maar dan enkel de muziek. Geen stem die vertelt, geen geluiden. Wat voor verhaal zou het nu zijn? Waar gaat het over, wat gebeurt er allemaal?
Tot deze luisterfilm uitkomt, laat ik dat aan jouw verbeelding over.